€ 6,95
De Graskarper (Ctenopharyngodon idella) is een vreedzame, actieve vis afkomstig uit Azië. Hij staat bekend om zijn nuttige rol in de vijver: hij vreet algen en overmatige waterplanten weg en draagt zo bij aan het biologische evenwicht. Hij kan uitgroeien tot ongeveer 100 cm met een levensverwachting van 30 tot 40 jaar. Een vijver van minimaal 500 cm is vereist, bij een temperatuur van 5 tot 26 °C en een pH van 6,5 tot 8,5.
De Graskarper (Ctenopharyngodon idella) is een soort die van oorsprong afkomstig is uit Azië, waar hij voorkomt in grote rivieren en meren. Hij is een grote, robuuste vis die kan uitgroeien tot ongeveer 100 cm. Door zijn grootte is hij opvallend in de vijver. Er zijn geen kenmerkende uiterlijke verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes. De gemiddelde levensverwachting bedraagt 30 tot 40 jaar. De Graskarper is een vreedzame en actieve zwemmer die bekendstaat om zijn vermogen om algen en overmatige vijverplanten biologisch te beheersen.
Voor de huisvesting is een vijver van minimaal 500 cm vereist, passend bij de uiteindelijke grootte van de vis. De soort verdraagt een brede temperatuurrange van 5 tot 26 °C en is daarmee goed bestand tegen Nederlandse winteromstandigheden. De pH mag variëren tussen 6,5 en 8,5. Een goede filtratie is aan te raden, evenals enige beplanting, hoewel rekening gehouden dient te worden met het feit dat de graskarper de meeste waterplanten zal consumeren. Soorten als krabbescheer en blaasjeskruid worden doorgaans ongemoeid gelaten.
De aanschafkosten variëren naar gelang de grootte van het dier. Naast de aankoopprijs dient rekening gehouden te worden met de kosten voor de vijver zelf, vijverplanten, vijvervoer, een vijverfilter en vijversubstraat. Gezien de lange levensverwachting van 30 tot 40 jaar zijn dit investeringen voor de lange termijn. Het voer vormt een doorlopende kostenpost.
Het hoofdvoer van de Graskarper bestaat uit algen en waterplanten. Als aanvulling kunnen vijverkorrels, vijversticks of levend voer zoals muggenlarven worden gegeven. Let bij aankoop op dieren die actief zwemmen en normaal bewegen. Een opgezette buik, beschadigde vinnen of schubben, of lusteloos gedrag zijn signalen om een dier niet aan te schaffen.





