€ 5,95
Halfsnavelbekje komt uit Zuidoost-Azië, onder meer uit Thailand, Maleisië en Indonesië. Hij valt op door zijn lange onderkaak die ver voorbij de bovenkaak steekt. Hij wordt ongeveer 7 centimeter groot. Mannetjes blijven kleiner dan vrouwtjes. Het is een levendige oppervlaktevis die levende jongen krijgt. Hij heeft een aquarium van minimaal 80 centimeter nodig. De watertemperatuur moet tussen de 20 en 27°C liggen. De pH moet tussen de 7,0 en 8,0 liggen.
Halfsnavelbekje komt uit Zuidoost-Azië. Hij leeft onder meer in Thailand, Maleisië en Indonesië. Hij kan goed tegen hard water en zelfs tegen brak water. In de literatuur zie je ook de naam Dermogenys Pusillus.
Deze vis heeft een opvallende vorm. Het lijf is langwerpig. De onderkaak steekt ver voorbij de bovenkaak uit. Daar komt de naam Halfsnavelbekje vandaan. Hij wordt ongeveer 7 centimeter groot. Mannetjes blijven kleiner dan vrouwtjes. Ze hebben een speciaal voortplantingsorgaan aan de aarsvin.
Halfsnavelbekje is een levendige vis die vlak onder het wateroppervlak zwemt. Tegenover soortgenoten kan hij behoorlijk fel zijn. Vooral mannetjes vechten onderling stevig. Daarbij kan de onderkaak zelfs breken. Bij jonge vissen groeit die binnen een week weer aan. In het begin is hij wat schrikachtig. Een dichtslaande deur of plotseling licht kan hem laten schrikken. Bij een hogere temperatuur is hij actiever.
Voor de huisvesting is een aquarium van minimaal 80 centimeter nodig. De watertemperatuur moet tussen de 20 en 27°C liggen. De pH moet tussen de 7,0 en 8,0 liggen. Het water mag hard zijn. Een beetje zeezout is mogelijk maar niet nodig. Zorg voor dichte beplanting die tot aan het wateroppervlak groeit. Gebruik ook drijfplanten en hout. Zo zijn er genoeg schuilplekken. Laat aan het oppervlak wel genoeg vrije zwemruimte over. Dek het aquarium goed af. Als hij schrikt, kan hij anders tegen de ruit of de afdekking springen en zijn kaak beschadigen.
Halfsnavelbekje is een alleseter. Hij eet graag levend voer zoals muggenlarven, fruitvliegjes, watervlooien en artemia. Ook droogvoer neemt hij aan. Hij is levendbarend en krijgt 10 tot 30 jongen per keer. Zorg voor dichte beplanting als je jongen wilt grootbrengen. Anders worden ze opgegeten.





