€ 12,95
De Gouden Zeelt (Tinca tinca) is een vreedzame bodembewoner afkomstig uit Europa, herkenbaar aan zijn opvallende goudkleurige schubben die goed zichtbaar zijn op de vijverbodem. Hij wordt ongeveer 50 cm lang en heeft een levensverwachting van gemiddeld 10 jaar. Er zijn geen uiterlijke verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes. Voor een goede huisvesting is een vijver van minimaal 300 cm vereist, bij een watertemperatuur van 8 tot 26 °C en een pH van 6,5 tot 8,5.
De Gouden Zeelt (Tinca tinca) is een gekweekte kleurvorm van de in Europa inheemse zeelt, die van nature voorkomt in ondiepe, plantenrijke wateren met een zachte, modderige bodem. Hij onderscheidt zich door zijn opvallende goudkleurige schubben, die hem goed zichtbaar maken in de vijver. Hij kan uitgroeien tot ongeveer 50 cm en heeft een gemiddelde levensverwachting van circa 10 jaar. Er zijn geen kenmerkende uiterlijke verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes. De Gouden Zeelt is een sociale en vreedzame bodembewoner die actief voedselresten en algen opruimt, wat bijdraagt aan het biologische evenwicht van de vijver.
Voor de huisvesting is een vijver van minimaal 300 cm vereist. De soort is robuust en verdraagt een ruime temperatuurrange van 8 tot 26 °C. Een goede filtratie en voldoende beplanting zijn aan te raden voor een stabiele waterkwaliteit en een natuurlijke leefomgeving. De pH mag variëren tussen 6,5 en 8,5, wat de soort geschikt maakt voor uiteenlopende vijveromstandigheden.
De aanschafkosten zijn afhankelijk van de grootte van het dier. Naast de aankoopprijs van de vissen dient rekening gehouden te worden met de kosten voor de vijver zelf, vijverplanten, vijvervoer, een vijverfilter en vijversubstraat. Dit zijn grotendeels eenmalige investeringen, met uitzondering van het voer, dat een terugkerende kostenpost vormt.
Het basisvoer bestaat uit vijverkorrels. Aanvullend levend voer, zoals muggenlarven, is een waardevolle aanvulling die de algehele conditie van de vis ondersteunt. Let bij aankoop op dieren die actief bewegen en normaal zwemmen. Beschadigingen aan vinnen of schubben, een opgezette buik of lusteloos gedrag kunnen wijzen op ziekte en zijn redenen om een dier niet aan te schaffen.





